Twijfel je bij klachten of je naar de huisarts moet? Grote kans dat je voor advies uitkomt bij de online tool Moet ik naar de dokter. Die wordt jaarlijks miljoenen keren geraadpleegd.
Maar uit onderzoek van de NOS blijkt dat er flinke vraagtekens zijn bij hoe betrouwbaar dat advies eigenlijk is.
Metro schreef eerder over hoeveel Nederlanders geen huisarts hebben.
Jarenlang advies zonder juiste papieren
Volgens het NOS-onderzoek gaf de tool, moetiknaardedokter.nl (MINDD), jarenlang medisch advies zonder de juiste certificering. Toezichthouder De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bevestigt dat het bedrijf ongeveer vijf jaar niet aan de vereiste regels voldeed.
Dat is zorgelijk, want de tool wordt juist massaal gebruikt en is op zo’n 2000 huisartsenwebsites te vinden.
Strenge regels omzeild
De kern van het probleem zit in hoe de tool zichzelf presenteert. MINDD stelt dat het alleen informatie verstrekt. In dat geval gelden minder strenge regels. Maar in de praktijk krijgen gebruikers wel degelijk advies, bijvoorbeeld of ze moeten bellen, afwachten of zelfs direct 112 moeten inschakelen.
Nu dus toch blijkt dat er advies wordt gegeven, zou de tool aan veel strengere regels moeten voldoen, waaronder een strenge controle op kwaliteit en veiligheid.
Advies kan flink verschillen
De tool werkt met vragenlijsten, maar die leveren niet altijd consistente uitkomsten op. Kleine verschillen in wat je invult, kunnen leiden tot compleet ander advies.
Zo kan iemand met klachten die passen bij een hartaanval bij een leeftijd van 40 het advies krijgen om direct 112 te bellen. Wordt dezelfde persoon als 39 ingevoerd, dan volgen extra vragen en een minder dringend advies, zoals contact opnemen met de huisarts.
Dat maakt de tool gevoelig voor fouten, zeker als gebruikers iets verkeerd invullen of klachten verkeerd inschatten.
Onduidelijk waar advies op gebaseerd is
Een ander pijnpunt uit het NOS-onderzoek: het is niet transparant waarop de adviezen zijn gebaseerd. MINDD verwijst zelf naar onder meer de Nederlandse Triage Standaard (NTS) en het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG).
Maar beide organisaties nemen afstand van die claim. Ze zeggen geen toestemming te hebben gegeven om hun naam te gebruiken en weten niet precies hoe de tool tot zijn adviezen komt. Ook een vermeende link met het Radboudumc blijkt niet meer te bestaan.
Toch geen harde ingreep
De inspectie grijpt vooralsnog niet verder in. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd neemt genoegen met de belofte van MINDD dat het bedrijf alsnog de juiste certificaten gaat regelen. Volgens MINDD zelf worden „de puntjes op de i gezet” en moeten de papieren na de zomer rond zijn.
De Landelijke Huisartsen Vereniging benadrukt dat artsen erop moeten kunnen vertrouwen dat dit soort tools aan de regels voldoen. Tegelijk pleit de organisatie voor snellere procedures, omdat digitale zorgmiddelen zich razendsnel ontwikkelen.
Dit zijn de best gelezen artikelen van dit moment:
Foutje gezien? Mail ons. Wij zijn je dankbaar.






















